“De 472 sans-papiers die sinds 16 mei een privégebouw van Fortis aan het Sint-Lazarusplein in Sint-Joost-ten-Node bezetten, zijn vrijdagochtend ontzet uit het gebouw.” (De Standaard, 31 juli 2009)
In een tijd waarin de media uitvoerig berichten over de asielprocedure en een omzendbrief met criteria van de bevoegde minister, hongerstakers, ontruimingen uit openbare gebouwen en plaatstkort in opvangcentra valt bovenstaand nieuwsbericht nog amper op.
Behalve voor mij…
Dankzij een schoolproject over vluchtelingen heb ik de kans gekregen om in juni met enkele van deze 472 mensen te praten. En met praten bedoel ik ook echt praten. Geen “hallo, hoe is’t” of “jullie doen een hongerstaking, jaja“, wel diepgaande gesprekken over de diverse redenen van wegvluchten uit je land, over het nut van een hongerstaking, over leven in de illegaliteit, over kinderen die hier al jaren naar school gaan, over angst en zorgen, over twijfels …
Kortom over hen…
Nooit zal ik de hartelijke ontvangst op die zonnige dinsdagnamiddag vergeten. In dat grote grijze gebouw, met zijn betonnen vloeren en een vochtigheid die je overvalt. Geen water, geen elektriciteit en geen verwarming. Maar geen gebrek aan gastvrijheid en respect. Dekens en matrassen werden over en weer gesleurd zodat we comfortabel zouden zitten. Water werd gekookt om thee te maken. En ik heb er lachende mensen gezien. Blij omdat er eindelijk naar hen geluisterd werd.
Wat zeg je? Ze leven op onze kap? Nee, meneer, ze werken. Veel en hard. Vaak voor een hongerloon en in mensonterende omstandigheden. Meer zelfs, “We hoeven geen geld, we willen enkel werken.“
Velen onder hen hebben diploma’s om u tegen te zeggen: ingenieur, ICT, … Knelpuntberoepen? Ze zouden niet meer bestaan.
Kinderen lopen ondertussen rond, spelen met een bal, roepen, … We praten over koetjes en kalfjes. Even lijkt het dagelijkse leven gewoon verder te gaan. Tot ik schrik.
Zwangere vrouwen nemen ook deel aan de hongerstaking. Schandalig? Ja. Gevaarlijk? Ja. Zot? Ja, maar zij zien het als de enige manier om nog iets te bereiken. “Wat kunnen we anders doen?” Ik weet het ook niet…
En hun familie? Zij weten niets. Uit schaamte durven ze hen de waarheid niet te vertellen. En dus liegen ze. “Ja, we hebben het goed hier.” Schamper lachje. Hun ouders, zussen en broers, nichtjes en neefjes, grootouders, … allemaal rekenen ze op hen. Vaak hebben ze hun hele hebben en houden verkocht om die ene uit de familie gelukkig te kunnen maken. De ware toedracht vertellen zou een grote teleurstelling zijn.
Uiteindelijk ben ik na tweeënhalf uur praten doorgegaan. Moe, met hoofdpijn, onder de indruk door alle ellende, de wanhoop in hun ogen nog op mijn netvlies gebrand, …
En sindsdien kan ik niet meer tegen reacties zoals “ze leven al jaren op onze kosten” of “ze hebben vast nog niet de moeite genomen om een procedure te starten” of “ze willen alleen maar geld van ons“. Dergelijke uitspraken getuigen van algemeenheden die vaak niet kloppen. En we zeggen ze alsof ze de allesomvattende waarheid zijn, alsof wij alles weten.
Terwijl je niets weet als je niet met de mensen zelf hebt gepraat…
Ik pleit niet voor een regularisatie en masse of hongerstakingen als middel om een doel te bereiken. Maar… Mensen laten niet zomaar alles achter in hun geboorteland, mensen laten zich niet zomaar vernederen en kleineren in een land waar ze geluk hoopten te vinden, mensen brengen niet zomaar het leven van hun ongeboren kind in gevaar.
472 sans-papiers zijn uit een gebouw ontzet, maar voor mij hebben ze allemaal een verhaal. Het getal 472 krijgt plots een gezicht.