Archief voor september, 2007

Twee keer een groentje

Afgestudeerd. Een diploma op zak. En toch een groentje tussen alle studenten. Zenuwen in je buik, een droge mond en een nieuwsgierig stemmetje in je hoofd dat schreeuwt om antwoorden. Een eerste schooldag is altijd een beetje spannend. Zeker als je na drie jaar studeren naar een andere richting gaat. En naar een andere campus. En je bovendien een eerste schooldag hebt in het eerste en in het tweede jaar.

De tweedejaarsintroductie staat eerst op het programma. De kriebels in je buik zijn niet te houden. Waarom? Omdat je terecht komt in een groep die zich al gevormd heeft. Vriendschapsbanden zijn gesmeed in het eerste jaar en de campus kent geen geheimen meer. Gelukkig ben je niet alleen, eerder die dag heb je een andere SDV’er leren kennen (een studieduurverkorter*). Ze zit in hetzelfde schuitje en wordt je partner in crime. Je praat over vrijstellingen, elke week uurroosters vergelijken en eerstejaarsvakken die je niet kan volgen omdat je tegelijkertijd les hebt in het tweede jaar, … Naarmate de dag vordert, raak je ontspannen. Je nieuwe klasgenoten helpen je graag met praktische vragen. Met andere studenten van wie je de naam niet weet (laat staan dat je ze morgen nog herkent) babbel je over het reilen en zeilen van de school. Lectoren komen een praatje maken, begrijpen dat het even zoeken is als nieuweling. Na een pakketje informatie en anderhalf uur wachten vooraleer je je cursussen hebt, zit je op de tram. En plots besef je: je eerste van je twee eerste schooldagen is gelukt. Je zenuwen zijn verdwenen, net als je droge mond. Je nieuwsgierigheid is over, je vragen beantwoord. En anders stuur je een mail, waarop je tien minuten later een antwoord krijgt…

Nu de tweede eerste schooldag. Daar sta je dan, als 21-jarige tussen een groep eerstejaarsstudenten waarvan het grootste deel uit het middelbaar komt. “Zij is AL 21 en heeft AL een diploma”, is de zin die je constant te horen krijgt (terwijl je zelf verdorie amper tot aan hun schouders reikt).  Drie jaar jonger. Geen groot verschil toch. (als je niet naar centimeters kijkt) Of wel? Terwijl zij nog pampers droegen, ging jij al op het potje. Toen zij in kleuterklas zaten, kon jij al  lezen en schrijven. Hmm… Dan bekogelen ze je met vragen. Alsof jij, als ancien, alles weet. Over dileahs hebben ze nog nooit gehoord. Of je altijd naar de les moet. Of je mag roken en je gsm gebruiken. Een motto hebben ze ook al: op vrijdagnamiddag gaan ze “winkelen en drinken”. Studeren op een hogeschool, een nieuwe wereld gaat open. Je denkt zelf eventjes terug aan de dag waarop je als eerstejaar begon. Ook jij hebt gesukkeld met de tram, de goedkoopste broodjeszaken en de leukste café’s moeten zoeken. Je stelt hen gerust, garandeert hen dat ze hun plaats wel vinden. Maar stiekem, heel stiekem, hoop je dat je zelf ook snel je plekje vindt. Je bent een nieuweling in het eerste en in het tweede jaar. En dat is dubbel zoeken… 

*met een bepaald diploma kan je ander diploma op een kortere tijdspanne behalen.      

Laat een reactie achter

Het juffrouwtje is een verdacht individu

Treinlijn Dendermonde – Gent: nooit een saai moment. Twee jaar geleden: treinconducteur vergeten in Gent (een grote man met kepie en fluitje vergeten op het perron? Het kan!). Vorig jaar: trein botst met vrachtwagen die nog op de spoorweg stond. Mei 2007: ontmoeting met continu grijnzende boysbandlook-a-like-agent.

Na een les eindredactie (terugblik naar de journalistiek) neem ik de stoptrein richting Dendermonde. In totaal zeven haltes. Derde stop: Wetteren. Twee mannen in uniform stappen op. Spoorwegpolitie. Eentje ervan komt naar mij, doet het raampje open en vraagt zich luidop af welke halte dit is. Vervolgens sluit hij het raampje en zet zich grijzend voor mij neer. Ik realiseer mij dat hij best wel in het plaatje ‘ik ben zanger in een boysband’ past. Vriendelijk zeg ik dat hij aan mij de halte had kunnen vragen in plaats van zo te roepen naar de mensen op het perron. “Ach juffrouwtje, vrouwen weten toch nooit de weg.” Zelfvoldane blik. Ferm (maar beleefd, het blijft de arm der wet) antwoord ik dat hij dringend zijn vooroordelen over vrouwen moet bijstellen. Grote grijns (niet ik, de politieman). “Ik zal eraan denken, juffrouwtje. Mag ik dan nu eventjes je identiteitskaart zien. Ik controleer de veiligheid op de trein en je lijkt mij nogal een verdacht individu.” Hele grote grijns (terug de politieman, niet ik). Terwijl hij aandachtig mijn pas bekijkt, vraagt hij of ik “student in Gent” ben. Grijns verandert in grote glimlach. Je zou voor minder, met zo’n geweldig grapje. Na mijn antwoord “journalistiek” (verhaal dateert van toen) is zijn enthousiasme niet meer te stoppen. Net als zijn lach (we zitten aan een schaterlach). “Ah, juffrouwtje, je gaat toch een leuk tekstje schrijven over mij hé. Bijvoorbeeld over hoe ik de veiligheid garandeer. Of over mijn interessante job. Of of of… over onze ontmoeting.” Vette knipoog. 

Bij deze… Enthousiasme werkt immers aanstekelijk.       

Reactie (1)