Beste Sinterklaas,
Mieke hier. Uit Dendermonde. U kent me wel, ik sta ook in uw Grote Boek. Ik heb u al een lange tijd geen brief geschreven, maar er moet me toch iets van het hart.
Dit jaar mag u absoluut niet vergeten om bij mij langs te komen. Niet voor mij hoor! Al mag dat natuurlijk altijd. Ik ben het afgelopen jaar heel braaf geweest. Oh, oeps, dat staat natuurlijk ook in dat grote boek van u. Vanaf dit jaar moet u voor mijn metekindje Antje komen. Inderdaad, die flinke meid van elf maandjes oud. Af en toe gooit ze wel eens speelgoed omver of verkreukt ze de tekeningen van haar broers, maar ach ja, beste Sint, u weet toch dat ze hen enkel plaagt. En plagen is…
Antje’s voetjes zijn nog een beetje te klein voor schoentjes, maar vindt u het goed als ik mijn zwarte botjes* in de plaats zet? Ik leg er een suikerklontje en raap bij voor uw paard. En een flesje bier voor zwarte piet. Zal ik alvast een tekening maken? Dat kan Antje nu nog niet hé.
Wegens gebrek aan een schouw zal ik de deur op een kiertje zetten. Zoals vroeger. En voor ik het vergeet, past u een beetje op voor Minoe? In al zijn enthousiasme zou hij u wel eens kunnen verraden met zijn gemiauw.
Dus, allerbeste Sint, ik hoop echt dat u dit jaar mijn huis niet vergeet. Voor een barbie of poppenhuis is Antje nog een beetje te klein, maar u vindt vast een leuk cadeautje voor haar. U bent tenslotte toch Sinterklaas!
Heel veel groetjes,
Mieke.
* Heeft u hem? (bericht 1)