Drie maanden geleden… Ik spring enthousiast op mijn fiets en schuifel voorzichtig op de kasseien richting het fietspad. Na een laatste zwaai naar mijn collega’s begin ik aan mijn tocht van 5 kilometer naar huis. Even later, aan het begin van de lange steenweg, wordt het donker. Regendruppels veranderen in hevige pletsbuien, het briesje in een stevige windvlaag. Gelukkig heb ik een nieuwe regenjas, ideaal tegen het gure onweer. Plots haalt een felle windstoot de balans uit mijn fiets. “Fuck, bijna gevallen, dat was niet grappig“, denk ik. En ik fiets kordaat verder.
Na een viertal kilometer start mijn klim op de viaduct, nog even doorbijten en ik ben thuis. Al hijgend bereik ik het hoogste punt, daar rijdt een spookfietser mij bijna omver. “Merde, bijna gevallen, da’s al de tweede keer“, mompel ik. Ik druk op mijn remmen en fiets langzaam naar beneden, de regen valt met bakken uit de lucht en de wind speelt met mijn evenwicht. Dan kom ik aan het rondpunt. Ik kijk. Fietsers moeten hier voorrang geven aan auto’s. Best gevaarlijk. En daarom stoppen de meeste auto’s wel voor de fietsers. Al duizend keer heb ik hier gereden, steeds op dezelfde manier (kijken, vertragen, toch voorrang krijgen). En nu ook: ik vertraag, volg de glooing van de bocht, steek mijn linkerarm uit, zie een bestelwagen vertragen (“ha, hij gaat stoppen“) en steek over.
En dan hoor ik een knal…
“Oei, er is iets gebeurd op het kruispunt“, flitst het door mijn hoofd. Een fractie van een seconde later voel ik een scherpe pijn in mijn been. Ik kijk naar links en zie de bumper van de bestelwagen tegen mijn geplette been staan. En ik verlies mijn evenwicht. Mijn fiets schuift onder mij weg en ik kantel naar rechts. Alles gebeurt in een waas, seconden veranderen in minuten. Of is het slow motion? Ik hoor niets meer. Alle vorm van beleving verdwijnt. Ik denk alleen: “Niet vallen, niet vallen, niet vallen“ en “Help mij, ik ga vallen, stap godverdomme toch uit, ik ga vallen op mijn hoofd en schouder“.
Maar er komt niemand…
En ik val niet. Ik vloek, trek en duw tot ik terug stabiel sta. Mijn linkerarm gloeit, op mijn linkerbeen kan ik amper steunen, maar ik sta recht. Bevend en rillend weliswaar.
Vanaf dan verloopt de tijd terug normaal. Het lawaai van de verkeerschaos, de chauffeur die roept en tiert (hij dacht dat ik niet ging oversteken), mijn kapotte fiets, … Uiteindelijk beland ik terug in de werkelijkheid, de chauffeur brengt mij naar huis, de verzekeringspapieren worden geregeld, ik maak een afspraak bij de dokter en verwittig het werk. Ik ben één en al rust.
Als we naar de dokter rijden en het rondpunt passeren, sla ik tilt. Het woord flippen, dat heb ik daar uitgevonden. Grote paniek, trillende handen, tranen met tuiten, … Volgens de dokter valt alles goed mee. Vier dagen later zit ik bij de radioloog voor foto’s, hij omschrijft mijn ongeval als een misverstandje. En naarmate de tijd vordert, worden de gevolgen duidelijk en zijn de verwondingen een stuk erger. Het meest recente nieuws? Een revalidatieprogramma van de fysiotherapeut volgen.
Drie maanden later blijkt dat meevallen nogal tegen te vallen. En is dat misverstandje pijnlijker dan ooit tevoren…
6 december 2011 at 21:06
Dat meevallen dat omslaat in tegenvallen is geen uitzondering. Na een ‘onschuldig’ autoaccidentje is onze oudste dochter ook nog altijd naar de kinesist aan het gaan.
Dat de sint een nieuwe fiets met airbags en een beschermengel mag brengen!
7 december 2011 at 17:05
Oeps, wens haar ook veel succes dan!
Hij heeft chocolade gebracht, dat is ook al goed. En de fiets is ondertussen al gemaakt, de airbags zijn interessant natuurlijk. En een beschermengel, die was er op de dag van het ongeval ook al, het had een stuk erger kunnen zijn.
Merci!
6 december 2011 at 21:11
Wat een heftig verhaal zeg. En dan is er eigenlijk volgens doktoren eerst niets aan de hand en dan is het toch eindelijk ernstig! Gaat het nu wel al wat beter???
7 december 2011 at 17:04
Goh, het revalidatieprogramma is heel zwaar. Maar die fysiotherapeute was heel vriendelijk en nam haar tijd om alles uit te leggen, dus daardoor ben ik al wat meer opgelucht.
Ja, de dokter is ook geschrokken, hij had dat niet verwacht, maar ik was de dag van het ongeval ook heel kalm. En ik was zelfs boos omdat ik niet mocht gaan werken. Ik heb het zelf ook onderschat.
Nu ja, ik oefen nu heel hard en dan komt het wel goed.
Dank je!